|
De eierstokken maken hormonen aan:
oestrogenen en progestagenen. Hormonen zijn scheikundige stoffen die in de
bloedbaan rondgestuurd worden om hier en daar als boodschapper op te treden. In
dit geval wordt aan een kleine klier (hypofyse) onderaan de hersenen verteld dat
er een eitje moet rijpen in de eierstok. Hierdoor begint het eitje te rijpen
en "springt" het na gemiddeld 2 weken uit de eierstok. Het begint dan aan een
tocht van enkele dagen door de eileider naar de baarmoeder, die klaar is om het
eitje te ontvangen. Tijdens deze tocht kan het eitje bevrucht worden. Gebeurt
dit niet, dan volgt na 2 weken een bloeding, de menstruatie. (Let dus op, het is
14 dagen voor je menstruatie dat je vruchtbaar bent!)
De pil is, naast sterilisatie, het meest doeltreffende middel om zwangerschap
te voorkomen. Zo'n klein pilletje verhindert dat er een eisprong plaatsvindt.
In de pil zitten namelijk oestrogenen en progestagenen die je lichaam misleiden.
Als de pil ingenomen wordt, komen beide hormonen in de bloedbaan terecht. Ze
vertellen aan de hypofyse precies zoals de echte eierstokhormonen, dat de
eisprong " al heeft plaatsgevonden", hoewel dat in werkelijkheid niet het geval
is. Ook beïnvloeden de hormonen in de pil de baarmoederwand zodanig, dat er
zich geen eitje in kan nestelen. Bovendien wordt het slijm in de
baarmoederhals door de hormonen dikker, waardoor zaadcellen minder goed in de
baarmoeder kunnen doordringen. Deze drie factoren tezamen zorgen voor de
goede betrouwbaarheid van de pil. Omdat de pil niet tegen het HIV-virus of
tegen geslachtsziekten beschermt, wordt bij wisselende contacten best ook een
condoom gebruikt.
Terug naar boven
|